Algemeen

Wat is de doelstelling voor Innovatie?

Het programma heeft op het vlak van innovatie een drieledig doel:

  • Het versterken van het open innovatiesysteem door verdergaande samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen te stimuleren. Daarbinnen wordt ingezet op het versterken van de onderlinge relaties tussen het MKB en kennisinstellingen en grote bedrijven in de topclusters en in de supply chains;
  • Het versterken van het valorisatievermogen. Het doel is om een groter aandeel van bestaande en nieuwe kennis/IP in de regio te gelde te maken door nieuwe producten, diensten en processen op de markt te brengen;
  • Het faciliteren van het innovatiepotentieel en het versterken van het aanpassingsvermogen door het opzetten van structuren voor afstemming van vraag en aanbod op het gebied van human capital in de regio.
Wat is de doelstelling voor Koolstofarm?

Toename van duurzame energieopwekking en energie-efficiëntie en uitstootreductie van broeikasgassen. OP Zuid stimuleert de ‘slimme uitrol’ van innovatieve koolstofarme technologieën en instrumenten in de gebouwde omgeving. Dit resulteert in de praktijktoepassing van innovaties in initiatieven die direct bijdragen aan energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in Zuid-Nederland en bovendien fungeren als hefboom voor een versnelde uitrol op grote schaal.

Hoeveel subsidie is er per tender beschikbaar?

Dit is per tender weergegeven in het artikel Subsidieplafond in de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 en de bijbehorende wijzigingsregelingen.

Op welke wijze wordt de subsidie verdeeld?

Het programma maakt gebruik van subsidietenders. Alle aanvragen die binnen de tenderperiode volledig en juist zijn ingediend en die beleidsmatig passen binnen het programma, worden kwalitatief beoordeeld door een externe, onafhankelijke deskundigencommissie. De deskundigencommissie beoordeelt of de projectvoorstellen van voldoende kwaliteit zijn én maakt – bij een dreigende overschrijding van het subsidieplafond – een rangschikking, waarbij de aanvragen met de hoogste kwaliteit het hoogste gerangschikt worden. Na afronding van de financieel-technische beschouwingen door Stimulus Programmamanagement worden de beschikbare middelen verdeeld in de volgorde van de rangschikking.

Kan ik meerdere aanvragen in een call indienen?

Ja, dit is mogelijk. Mits het gaat om verschillende projecten. Het indienen van twee keer dezelfde aanvraag is niet toegestaan.

Van welke steuninstrumenten maakt het programma gebruik?

Alle middelen worden ingezet als ‘klassieke’ subsidie (niet-terugvorderbare steun). Er wordt vooralsnog geen gebruik gemaakt van revolverende fondsen en / of leningen.

Wanneer kan ik mijn aanvraag indienen?

In de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 worden in de artikelen Vereisten subsidieaanvraag de periode benoemd, waarin aanvragen kunnen worden ingediend voor de betreffende tender. Bij een nieuwe tender zullen de desbetreffende artikelen hierop worden gewijzigd.

Heeft Stimulus Programmamanagement geheimhoudingsplicht?

Ja, volgens artikel 2:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht zijn medewerkers van Stimulus Programmamanagement gehouden tot geheimhouding. Dat betekent dat met alle documenten die aan Stimulus Programmamanagement worden overlegd vertrouwelijk wordt omgegaan.

Definities

Crossover

Samenwerkingsverband tussen partijen uit verschillende technologiedomeinen, waarin innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. Het kan gaan om een innovatie die nieuw is of het kan gaan om een bestaand product, dienst of lopende innovatie in een sector die een innovatie oplevert voor een andere sector.

Experimentele ontwikkeling

Het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Zie voor exacte definitie artikel 1, onder 86, van de Algemene GroepsVrijstellingsVerordening (AGVV).

Gebouwde omgeving

Gebied dat door aaneengesloten bebouwing een overwegend woon-, recreatie- of verblijffunctie heeft en daadwerkelijk als zodanig wordt gebruikt.

Human Capital

Arbeidskracht.

Internationaal topcluster

Eén van de drie in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen waarin bedrijfsleven en kennisinstellingen de potentie hebben om internationaal uit te blinken, te weten:

  • High Tech System & Materialen;
  • Chemie & Materialen;
  • Agrofood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen.
Living Lab

Een aanpak voor productontwikkeling en evaluatie samen met de eindgebruiker. De eindgebruiker draagt in een living lab actief bij aan de eindontwikkeling van een product (co-creatie). De ontwikkeling vindt plaats in een real-life context waarbij verschillende methodes kunnen worden gebruikt.

MKB-onderneming

Kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 1, onder 28 van Verordening (EU) 1301-2013 EFRO-verordening en bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG)

Nationaal topcluster

Eén van de vier in het OPZuid voor Zuid-Nederland aangewezen technologiedomeinen die sterk zijn op bovenregionaal niveau en specifieke potenties op internationaal niveau hebben, te weten:

  • Logistiek;
  • Life Sciences & Health;
  • Biobased;
  • Maintenance.
Onderneming

Eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd.

Open innovatie

Praktijk van ondernemingen en kennisinstellingen om innovatieve ideeën op basis van samenwerking uit te wisselen en ideeën, kosten, risico of capaciteit in onderzoek en ontwikkeling te delen.

Operationele omgeving

Omgeving waarin door omstandigheden en condities een innovatie conform de werkelijkheid kan worden getest.

Proeftuin

Een open innovatieomgeving die over een langere periode aan meerdere ondernemers ruimte biedt voor het testen van technologische of marktinnovatie van nieuwe of vernieuwde producten of diensten die zich in het ontwikkelstadium bevinden. Dit kenmerkt zich door een realistische omgeving die een bijdrage levert aan het versnellen van de marktintroductie van nieuwe belangen van één of een beperkt aantal bedrijven duidelijk moet overstijgen. Dit betekent enerzijds dat een initiatief gedragen door slechts één partij niet in aanmerking komt en dat anderzijds de platformen, weliswaar onder bepaalde voorwaarden, ruim toegankelijk moeten zijn voor bedrijven en andere innovatieactoren.

Slimme uitrol

Testen, demonstreren en eerste toepassing in een operationele omgeving.

Valorisatie

Het omzetten van bestaande en nieuwe kennis en kunde naar nieuwe producten, processen of diensten.

Openstelling 1B2

Hoe lang mag een 1B2 project duren (individueel of samenwerkingsproject)?

Er zijn geen richtlijnen voor de duur van een 1B2 project. Uit ervaring blijkt dat een 1B2 project zo’n 2 jaar duurt.

Wanneer sluiten de calls van voorjaar 2017?

De call 1B2 “Valorisatievermogen MKB” sluit op 23 juni 2017, 17.00 uur. Aanvragen die na 23 juni 2017 17.00 uur worden ingediend, worden niet geaccepteerd. Aanvullingen op aanvragen worden na 23 juni 2017 17.00 uur niet geaccepteerd. Onvolledige aanvragen worden geweigerd.

Let op: de calls 1B1 “Versterking van het innovatiesysteem” en 4F “Koolstofarme economie” zijn beiden op 1 maart 2017 gesloten.

Wat is het verschil tussen de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2) van OPZuid en MIT Zuid R&D samenwerkingsprojecten?

In MIT Zuid kunnen van 3 juli tot en met 7 september 17.00 uur, R&D samenwerkingsprojecten worden ingediend. Waar OPZuid werkt met de vereiste van crossovers, is deze vereiste in MIT Zuid niet aanwezig. Omdat OPZuid een Europese regeling is en MIT Zuid een landelijke regeling, zijn de administratieve lasten voor aanvragers in MIT Zuid lager. Enkele andere verschillen tussen beide regelingen ziet u in onderstaande tabel toegelicht:

1B2 “Valorisatievermogen MKB” MIT Zuid “R&D samenwerking”
Doelgroep Primair MKB (aanvrager), maar ook grootbedrijf en kennisinstelling kunnen in samenwerking met het MKB subsidie ontvangen Enkel MKB’ers kunnen subsidie ontvangen

 

Subsidiehoogte individuele projecten; subsidie-percentage Maximaal € 250.000; 25% Niet mogelijk
Subsidiehoogte projecten R&D samenwerking Minimaal € 350.000 –

maximaal € 750.000; 35%

Maximaal € 350.000; 35%
Crossover Vereiste Verdeelcriterium, maximaal 10 op 100 punten te verdienen
Openstelling-termijn 15 mei 2017 – 23 juni 2017; 17.00 uur 3 juli 2017 – 7 september 2017, 17.00 uur

 

Subsidieplafond € 8.250.000 € 7.324.800

 

In de 1B2-subsidieregeling en MIT Zuid-subsidieregeling kunt u de precieze voorwaarden vinden die aan projecten worden gesteld.

Welke ondersteuning kan ik krijgen bij mijn aanvraag?

In het OPZuid wordt nadrukkelijk gestuurd op de werving van kwalitatief goede projecten.

Ook hebt u de mogelijkheid om projectinitiatieven en -aanvragen technisch te laten toetsen op ontvankelijkheid, volledigheid en duidelijkheid. U kunt hiervoor contact opnemen met een programmamanager van Stimulus Programmamanagement of uw contactpersoon bij het provinciale OPZuid steunpunt.

In de programmasturing heeft ook ‘het veld’ een belangrijke rol gekregen. De regionale triple helix-organisaties in Zuid-Nederland – netwerken van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen – bieden op verzoek aan initiatiefnemers vrijblijvend advies voor het programmatisch opwerken van projectinitiatieven naar een innovatieversterkend niveau op schaal van Zuid-Nederland. Om zo te komen tot projecten met onderscheidende impact op de economische topclusters in de Regionale Innovatiestrategie Zuid-Nederland (RIS3) en de innovatieprogramma’s Zuid-Nederland als kwalitatieve onderleggers hiervan.

Samenvattend:

  • Stimulus programmamanagement en de provinciale steunpunten bieden ondersteuning door het geven van algemene informatie, het beantwoorden van (projectspecifieke) vragen en het geven van feedback op conceptaanvragen. U vindt hier een overzicht van de contactpersonen die voor u klaar staan.
  • De triple helix-organisaties adviseren over de inhoudelijke afstemming van het projectinitiatief met de RIS3 en haar onderleggers (o.a. de innovatieprogramma’s). Zij bieden vrijblijvend aan initiatieven te helpen ‘opwerken’ naar projecten met grotere impact. U vindt hier een overzicht van de contactpersonen die voor u klaar staan.
Hoe ziet het proces eruit na indiening?

De procesplanning  voor de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2).

 

Wat zijn de leerpunten naar aanleiding van de eerste openstellingen?

Alle calls van OPZuid hebben reeds minimaal eenmaal eerder open gestaan in de afgelopen jaren. De ingediende volledige aanvragen zijn beoordeeld door een externe, onafhankelijke Deskundigencommissie. Tijdens de vergadering van de Deskundigencommissie is uitgebreid gesproken over “Wat ging goed en wat kon beter?” De deskundigen hebben voornamelijk stilgestaan bij de ontbrekende elementen in de aanvragen. Hierbij is een aantal leerpunten naar voren gekomen, die wij graag delen met toekomstige aanvragers van OPZuid-subsidie, ongeacht in welke call de aanvragers willen indienen, zie hiervoor dit document.

Vanaf wanneer kan een aanvraag worden ingediend?

Subsidieaanvragen voor OPZuid worden behandeld volgens het tenderprincipe. Dit betekent dat alleen die aanvragen in aanmerking komen voor subsidie die bij de externe, onafhankelijke Deskundigencommissie het beste scoren op de vooraf vastgestelde beoordelingscriteria. Bij het indienen van de subsidieaanvraag voor regelingen volgens het tenderprincipe dient u er rekening mee te houden dat alleen aanvragen die op de sluitingsdatum volledig zijn voor subsidie in aanmerking kunnen komen. De aanvraag kan worden ingediend in de periode 15 mei 2017 – 23 juni 2017, 17.00 uur voor de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2).

Stimulus Programmamanagement adviseert met klem om de subsidieaanvraag ten minste enkele werkdagen vóór de sluiting van de tender in te dienen in de EFRO-webportal. Stimulus Programmamanagement is dan nog in de gelegenheid om te controleren of uw aanvraag volledig is. Mocht de aanvraag niet volledig blijken te zijn, dan bent u in de gelegenheid om de aanvraag tot en met 23 juni 2017, 17.00 uur voor de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2) alsnog volledig te maken. Na sluiting van de tender mag uw subsidieaanvraag niet meer aangevuld worden. Onvolledige aanvragen worden afgewezen.

Wat zijn de minimale subsidiabele kosten?

Voor prioriteit 1B1 ‘Versterking van het innovatiesysteem’ en 4F ‘Koolstofarme economie’ geldt: de totale subsidiabele kosten bedragen minimaal € 200.000.

Voor prioriteit 1B2, Valorisatievermogen MKB, geldt voor individuele projecten: er is geen ondergrens. Voor samenwerkingsproject geldt een ondergrens van € 1.000.000.

Wat is het maximale subsidiebedrag?

Voor prioriteit 1B1 ‘Versterking van het innovatiesysteem’ en 4F ‘Koolstofarme economie’ geldt: er is geen bovengrens.

Voor prioriteit 1B2, Valorisatievermogen MKB, geldt:

  • Een aanvragers van een individuele project ontvangt maximaal € 250.000 subsidie.
  • De aanvragers van een samenwerkingsproject ontvangen minimaal € 350.000 subsidie en maximaal € 750.000 subsidie.
Wat is de maximale OPZuid-bijdrage voor mijn project?

De maximale OPZuid-bijdrage wordt per tender bepaald. Voor 1B1 ‘Versterking van het innovatiesysteem’ en 4F ‘Koolstofarme economie’ geldt een maximale subsidiebijdrage van 35% van OPZuid. Er geldt geen maximum voor de absolute bijdrage.

Voor de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2) geldt voor individuele projecten een maximale bijdrage van 25% van de kosten met een maximum van € 250.000 subsidie. Voor samenwerkingsprojecten geldt een maximale bijdrage van 35% van de kosten met een minimum van € 350.000 subsidie en een maximum van € 750.000 subsidie.

Kan een project ook cofinanciering van een of meerdere provincies aanvragen?

Dat kan in geval van de calls ‘Versterking van het innovatiesysteem’ (1B1), ‘Systeemversterking Human Capital’ (1B3) en ‘Koolstofarme economie’ (4F). OPZuid kent maximaal 35% subsidie toe voor een project. De provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland kunnen mogelijk ook cofinanciering aan uw project toekennen.

De Management Autoriteit OPZuid (i.c. de provincie Noord-Brabant) heeft voor de call 1B1, 1B3 en 4F een wijzigingsregeling van de cofinancieringsregeling provincie Noord-Brabant opgesteld. Voor een bijdrage in de cofinanciering van de provincies Zeeland of Limburg kunt u contact opnemen met de provinciale steunpunten. Zij helpen u graag verder.

Let op:

Voor de call ‘Valorisatievermogen MKB’ (1B2) is geen cofinanciering van de provincies mogelijk.

Projectaanvraag

Hoe wordt getoetst of ondernemingen in financiële moeilijkheden zijn?

Omdat het verstrekken van EFRO-subsidie aan ondernemingen die mogelijk in financiële moeilijkheden verkeren aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor de Europese begroting is bepaald dat ondernemingen in moeilijkheden geen steun ontvangen. Het belangrijkste criterium om de financiële situatie van B.V.’s en N.V.’s te bepalen, is de omvang van het eigen vermogen. Dit dient minimaal de helft van de waarde van het geplaatste aandelenkapitaal te bedragen.

Tot het eigen vermogen behoren de volgende elementen: het geplaatste kapitaal; agio; herwaarderingsreserves; andere wettelijke reserves; statutaire reserves; overige reserves; niet verdeelde winsten. Een achtergestelde lening mag, in uitzonderingsgevallen, als onderdeel van het eigen vermogen worden beschouwd. Nadere informatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over dit onderwerp is te vinden op deze pagina.

Mocht u hieromtrent specifieke vragen hebben, dan adviseren wij u vóór de indiening van uw aanvraag contact op te nemen met ons.

 

Hoe kan ik mijn aanvraag indienen?

Aanvragen kunnen via de webportal worden ingediend.

Waar kan ik de benodigde formulieren voor de aanvraag vinden?

Het aanvraagformulier is als bijlage van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 en bijbehorende wijzigingsregelingen gepubliceerd en vermeldt de nog verder benodigde bijlagen. Onder Documenten treft u hiervoor diverse formats.

Wat wordt bedoeld met stimulerend effect ten aanzien van mijn subsidieaanvraag?

Eén van de voorwaarden om de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) te mogen toepassen, is dat de subsidie een ‘stimulerend effect’ moet hebben (art. 6 lid 1 van de AGVV). Volgens de AGVV wordt steun geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde ervan, voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit aanvangen, bij de betrokken lidstaat een schriftelijke steunaanvraag heeft ingediend (artikel 6 lid 2 van de AGVV). Dit betekent simpelweg dat het project pas mag starten na de indiening van de subsidieaanvraag. Wanneer de werkzaamheden van het project zijn gestart voordat de subsidieaanvraag is ingediend, zal het project niet voor subsidie in aanmerking komen.

Welke kosten komen in aanmerking voor subsidie?

In artikel 2.13 van de Uitvoeringsregeling EFRO programmaperiode 2014-2020 is dit weergegeven voor de aanvragen uit de calls van april 2015.

Voor aanvragen die worden ingediend in de calls vanaf zomer 2015 staan de kosten weergegeven in artikel 1.3 van de Regeling Europese EZ-subsidies.

In het EFRO Handboek wordt hier nader op ingegaan.

Wat is het verschil tussen de Uitvoeringsregeling EFRO en de Regeling Europese EZ Subsidies (REES)?

Beide regelingen stellen de regels voor subsidieverstrekking in Nederland ingevolge de EFRO verordeningen en regelen de nationale cofinanciering. De Uitvoeringsregeling EFRO is per 1 juli 2015 vervallen en vanaf die datum zijn de regels opgenomen in de REES (Regeling Europese EZ Subsidies). De regels zijn bedoeld om de subsidieverstrekking van EFRO aan te laten sluiten bij het Nederlandse bestuursrecht. Denk hierbij aan regels voor het vaststellen van subsidieplafonds en criteria om afwijzend te beslissen op een aanvraag. Verder bepaalt de regeling welke kosten in welke vorm voor subsidie in aanmerking komen (subsidiabiliteit).

De REES heeft niet alleen betrekking op EFRO, maar betreft alle subsidie-instrumenten van het ministerie van EZ in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen.

De regels in de REES die van toepassing zijn voor de uitvoering van het EFRO komen in grote mate overeen met de regels uit de Uitvoeringsregeling EFRO 2014-2020. In de REES is een extra optie opgenomen voor de berekening van het uurtarief (artikel 1.4 lid 1b). Bij deze berekening van het uurtarief wordt het bruto jaarloon plus opslagen gedeeld door 1720, ongeacht het aantal uren van de voltijds werkweek volgens CAO. Alleen voor parttimers wordt een deeltijdfactor toegepast, berekend op basis van de voltijds werkweek volgens CAO. In lid 1a – evenals in artikel 2.13 lid.2 van de Uitvoeringsregeling EFRO – wordt daarentegen het uurtarief berekend door het brutoloon inclusief opslagen te delen door 1720 indien sprake is van een 40-urig dienstverband. Indien geen sprake is van een 40-urige werkweek wordt rekening gehouden met de deeltijdfactor.

Voor subsidieontvangers die subsidie hebben aangevraagd vóór 1 juli 2015 zijn de regels van de Uitvoeringsregeling EFRO 2014-2020 van toepassing. Voor subsidieontvangers en –aanvragers die hun aanvraag hebben ingediend vanaf 1 juli 2015 zijn de regels van de REES van toepassing.

Voor vragen over de berekening van uurtarieven kunt u contact opnemen met een van onze financieel adviseurs.

Valt mijn project onder de regels van de REES of de Uitvoeringsregeling EFRO 2014-2020?

De Uitvoeringsregeling EFRO 2014-2020 is van toepassing op alle projecten waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend vóór 1 juli 2015.

De REES is van toepassing op alle projecten waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend vanaf 1 juli 2015.

Hoe wordt omgegaan met WBSO?

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft uitgelegd dat begunstigden van EFRO-projecten uit de programmaperiode 2014-2020 het voordeel uit Nederlandse fiscale stimuleringsmaatregelen niet hoeven te verrekenen of in mindering hoeven te brengen met gemaakte kosten, indien sprake is van geoorloofde staatssteun. Dit geldt voor WBSO voordeel, RDA aftrek en overige fiscale stimuleringsmaatregelen. Behalve het financiële voordeel dat hierdoor voor begunstigden ontstaat, worden ook de administratieve lasten verlicht.

WBSO staat voor Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O afdrachtvermindering) en RDA staat voor Research & Development Aftrek. Beide regelingen, die per 1 januari zijn samengevoegd onder de noemer WBSO, zijn fiscale stimuleringsinstrumenten van de Rijksoverheid.

De aanpassing geldt per direct en met terugwerkende kracht. Bij toekomstige aanvragen hoeft WBSO niet in mindering gebracht te worden op de loonkosten. Wanneer bij het project WBSO in mindering is gebracht, neem dan contact op met Stimulus Programmamanagement over hoe u hiermee dient om te gaan tijdens de uitvoering van uw project

Is aanvrager 1 (de penvoerder) volledig aansprakelijk voor het samenwerkingsproject?

De penvoerder is financieel en inhoudelijk eindverantwoordelijk voor het project, zo is opgenomen in de verplichte samenwerkingsovereenkomst (Bijlage E bij het aanvraagformulier). Aanvrager 1 is ook het enige aanspreekpunt voor Stimulus Programmamanagement, de Management Autoriteit OPZuid (i.c. de provincie Noord-Brabant) en mogelijke andere instanties. Dit geldt zowel voor inhoudelijke als voor financiële zaken, zoals het wel/ niet uitbetalen van de subsidie. Het terugvorderen van OPZuid-bijdragen verloopt ook via de penvoerder.

Het is dan ook belangrijk dat alle aanvragers hun afspraken vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst. Suggesties hiervoor zijn opgenomen in een concept document voor de samenwerkingsovereenkomst (verplichte bijlage E bij het aanvraagformulier).

Het Handboek EFRO 2014-2020 licht samenwerking en verantwoordelijkheid toe, met name in hoofdstuk 2.1 (aandachtspunten) en hoofdstuk 4.1.3.

Leidt een project met meer dan 50% publieke financiering tot aanbestedingsplicht bij de aanvrager(s)?

Het al dan niet aanbestedingsplichting zijn van aanvragers wordt beoordeeld op het niveau van deze organisaties en niet op (het overkoepelende) projectniveau. De Europese en nationale aanbestedingsregels zijn alleen van toepassing op aanbestedende diensten en op als aanbestedingsplichtig aangemerkte organisaties. De toelichting in paragraaf 4.6 van het EFRO-handboek verheldert dit.

Kunnen er ook kosten worden opgevoerd voor de bouw van een lab in prioriteit 1B1?
Kan een VMBO- of een MBO-instelling lid zijn van een samenwerkingsverband in 1B1?

Ja, deze worden in de subsidieregeling niet uitgesloten.

Een subsidievereiste van de call ‘Versterking innovatiesysteem’ (1B1) is dat het MKB aantoonbaar onderdeel uitmaakt van het project. Op welke wijze kan dit worden bewerkstelligd?

Het MKB kan op verschillende manieren deelnemen aan een project. De externe, onafhankelijke Deskundigencommissie velt een oordeel over de kwaliteit van het project en neemt daarin de aanvrager of, indien van toepassing, de samenstelling van het samenwerkingsverband als onderdeel van het criterium “kwaliteit van het projectplan” mee in het licht van de activiteiten die in het project worden uitgevoerd.

Hoe wordt omgegaan met een of meerdere aanvragers van buiten het OPZuid programmagebied in een consortium?

De algemene regel is dat een project ten goede moet komen aan het OPZuid programmagebied. Als een project wordt uitgevoerd in het OPZuid programmagebied, dan is dat per definitie het geval. Projecten die (deels) worden uitgevoerd buiten het OPZuid programmagebied, maar binnen de Europese Unie, zullen inzicht moeten geven over de verwachte projectresultaten voor het OPZuid programmagebied, indien mogelijk met een kwantitatieve onderbouwing. Indien de beoordeling over de resultaten voor het OPZuid programmagebied positief is, dient vervolgens het Comité van Toezicht van OPZuid in te stemmen met de uitvoering van het project. 10% van de EFRO-middelen per prioriteit mogen buiten het OPZuid programmagebied worden ingezet.

Projectbeheer

Wordt er gecontroleerd op uitbetaling van de salarissen?

Met de Audit Dienst Rijk, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Managementautoriteiten van de EFRO-programma’s is de afspraak gemaakt dat de Managementautoriteiten ook de uitbetaling van salarissen controleren.

Dit doet Stimulus Programmamanagement op steekproefbasis.

Ook wordt de accountant gevraagd dit te doen bij de opstelling van het rapport van feitelijke bevindingen. Het controleprotocol wordt hierop aangepast.

Wat is een redelijke termijn voor goedkeuring van de urenregistratie?

Stimulus Programmamanagement heeft vanaf het begin van het programma OPZuid een redelijke termijn van maximaal acht weken voorgeschreven voor het aftekenen van uren die in het kader van het project gemaakt zijn. De urenregistratie moet goedgekeurd worden door zowel de medewerker als een persoon die kan beoordelen of de uren in het kader van het project gemaakt zijn. Denk daarbij aan de leidinggevende of verantwoordelijke projectleider.

Het ministerie van Economische Zaken en klimaat staat echter een ruimere termijn toe. Het heeft bepaald dat de urenregistratie van de projectmedewerker waarvoor binnen het project loonkosten worden opgevoerd, goedgekeurd moet zijn voordat de rapportage wordt ingediend bij Stimulus Programmamanagement. Dit geschiedt in principe halfjaarlijks.

Uiteraard zullen wij de richtlijn van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat volgen bij de beoordeling van uw loonkosten, maar om uw urenregistratie beheersbaar te houden, adviseren wij u niet te wachten met het controleren en aftekenen van uren totdat u uw halfjaarlijkse rapportage indient.

 

Hoe wordt omgegaan met de maximale urennorm?

Met betrekking tot het bepalen van het uurtarief bestonden eerder onduidelijkheden of de uren van een projectmedewerker moesten worden gemaximeerd, als de projectmedewerker op jaarbasis meer uren werkt dan bij de berekening van het uurtarief is ingeschat.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft bepaald, dat het aantal te declareren uren voor een projectmedewerker niet is gemaximeerd op 1.720 uur.
Stimulus Programmamanagement zal in de uitvoering van de projectcontroles wel toetsen op de redelijkheid van de kosten waarbij de toerekenbaarheid van de uren aan het EFRO-project wordt getoetst aan de hand van de urenregistratie.

 

Hoe wordt omgegaan met het eigen aanbestedingsbeleid?

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft in samenwerking met de Managementautoriteiten en de Audit Dienst Rijk bepaald dat het niet meer verplicht is voor de controlerende instanties van EFRO subsidie om te toetsen op het eigen aanbestedingsbeleid van begunstigden die zijn aangemerkt als aanbestedende dienst. Wij zullen dan ook niet controleren of uw aanbestedingen voldoen aan uw eigen aanbestedingsbeleid. De verplichting om u te houden aan de aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten volgens de Aanbestedingswet 2012, het Aanbestedingsbesluit en de Gids Proportionaliteit, blijft bestaan.

Hoe en wanneer kan ik mijn projectkosten declareren?

Indien u een lopend OPZuid-project heeft, kunt u twee maal per jaar uw projectkosten declareren. Hiervoor dient u een voortgangsrapportage (VGR) in te dienen via de EFRO-webportal.

De data van indienen VGR, verschillen per openstelling, zoals u kunt zien in onderstaand schema. Hebt u bijvoorbeeld uw subsidieaanvraag ingediend binnen de eerste tender (april 2015), dan kunt u uw VGR voor 1 september of 1 maart indienen.

Tender Datum indienen VGR Datum indienen VGR
1B1 en 1B2 tender 1 (april 2015) 1 september 1 maart
4F en 1B3 (november 2015) 1 november 1 mei
1B1 tender 2 (februari 2016) 1 december 1 juni

De verwachting is dat Stimulus Programmamanagement ook bij toekomstige tenders met deze 3 tijdvakken blijft werken.