Programma Just Transition Fund (JTF)

Europees fonds voor een rechtvaardige transitie

Programma Just Transition Fund (JTF)

Europees fonds voor een rechtvaardige transitie

Documenten

Hier vindt u o.a. alle benodigde documenten voor uw projectaanvraag en projectbeheer.

FAQ

Hier vindt u antwoord op de meest gestelde vragen met betrekking tot het JTF-programma.

Nieuws & agenda

Lees hier de laatste actualiteiten rondom het programma JTF-programma.

Projecten

Bekijk hier alle JTF-projectbeschrijvingen, projectinformatie en statistieken.

Specifieke regio’s en mensen in staat te stellen om te gaan met de sociale, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutraal Europa

Waarvoor is het JTF bedoeld?
Het Just Transition Fund (JTF) draagt bij aan de overgang naar een Klimaatneutraal Europa. Hoofddoel van het JTF is regio’s die sterk afhankelijk zijn van inkomsten en werkgelegenheid uit fossiele brandstoffen op een rechtvaardige gelijkwaardige manier in staat te stellen een energietransitie in te gaan. Een transitie die rekening houdt met de sociale- en economische aspecten en de milieueffecten. Het totale JTF-budget voor Nederland bedraagt circa € 630 miljoen. Het programma loopt van 2021 tot 2027.

Het transitiefonds ondersteunt gebieden die het zwaarst door de overgang naar klimaatneutraliteit worden getroffen en voorkomt dat de regionale verschillen binnen de Europese Unie groter worden. Om Europa in 2050 volledig klimaatneutraal te maken, is transitie van de emissie-intensieve industrieën nodig, wat gepaard gaat met grote sociaal-economische uitdagingen. Het transitiefonds biedt kwetsbare gebieden hiervoor financiële steun.

JTF in Nederland
De voor lidstaat Nederland bestemde financiële JTF-middelen gaan naar zes regionale gebieden (COROP-gebieden) die voor grote transitieopgaven staan. Denk aan West-Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- Limburg, Groningen, IJmond en Groot-Rijnmond. Deze regio’s stellen met relevante stakeholders een regionaal transitieplan op. Daarin worden de te verwachten regionale effecten benoemd van de klimaatdoelstellingen die de Europese Unie gesteld heeft voor de periode 2030 t/m 2050. De grootste opgaven zijn het versnellen van de energietransitie, het vernieuwen van de economie en het veerkrachtig maken van de arbeidsmarkt.

De uitvoering van het fonds
De ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), provincies en gemeenten bundelen de krachten om gezamenlijk het JTF-programma vorm te geven en uit te voeren.

Uitvoering Van Beleid, onderdeel van de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering (DSU) van het ministerie van SZW vervult de rol van beheerautoriteit.

Het JTF-programma wordt in zes regio’s uitgevoerd in samenwerking met drie intermediaire instanties: Stimulus Programmamanagement (Zuid-Nederland), Kansen voor West (West-Nederland) en SNN (Noord-Nederland).

Drie sporen
Het JTF zet in op drie sporen:

  1. Innovatie
    De middelen voor het innovatiespoor gaan naar projecten die leiden tot economische diversificatie, modernisering en omschakeling.
  2. Investeringen in technologie, systemen en infrastructuur 
    De middelen die gereserveerd zijn voor dit spoor gaan naar projecten die de ‘hardware’ ontwikkelen die nodig is voor de transitie.
  3. Arbeidsmarkt
    De helft van de beschikbare middelen is gereserveerd voor arbeidsmarktgerelateerde projecten. Het gaat daarbij om het creëren van nieuwe werkgelegenheid, bijscholing en omscholing van werknemers en werkzoekenden, hulp bij het zoeken naar werk voor werkzoekenden en actieve integratie van werkzoekenden. Hierbij ligt extra focus op jongeren.

Huidige stand van zaken
Het Nederlandse JTF-plan is dit voorjaar voorgelegd aan de Europese Commissie. We wachten momenteel op de formele goedkeuring. De uitkomst bepaalt het verdere verloop van de openstellingen. Indien de besluitvorming volgens planning verloopt, verwachten we dat de eerste openstelling in het najaar van 2022 of voorjaar van 2023 plaats zal vinden.

JTF in Zuid-Nederland
In Zuid-Nederland zijn onderstaande drie JTF-gebieden aangewezen. Deze gebieden ontvangen ieder circa € 60 miljoen aan JTF-middelen.

De regio West-Noord-Brabant is voor het JTF onderverdeeld in twee COROP-gebieden:

  • Noordwestflank als ‘kerngebied’ voor de transitieIn het aaneengesloten gebied van de gemeenten Geertruidenberg, Drimmelen, Moerdijk, Steenbergen en Bergen op Zoom liggen het chemisch
    complex Moerdijk, de Amercentrale en de Green Chemistry Campus (Bergen op Zoom). Hier is de chemische industrie en fossiele energie geconcentreerd, en zijn de effecten van de klimaattransitie het grootst. Uit de banenanalyse blijkt dat de chemie in dit kerngebied sterk vertegenwoordigd is. Er bevinden zich hier ca. 3.700 banen in de chemie; 4,6% van de totale werkgelegenheid van de regio. De energie-intensieve industrie als geheel is met ca. 10.000 banen goed voor 12,5% van de werkgelegenheid in het kerngebied. Het JTF richt zich in dit gebied op de sociaaleconomische gevolgen van het verdwijnen van deze banen als gevolg van de klimaattransitie.
  • Overige deel COROP-regio als ‘ruimere cirkel’

    Hierbij gaat het om de overige gemeenten in het COROP-gebied. Hoewel de chemie hier niet primair gevestigd is, worden de sociaaleconomische effecten van de transitie hier wel gevoeld. Immers is de regio één ‘Daily Urban System’ en werken mensen uit de gehele regio (en daarbuiten) in de chemie. Ter illustratie: 23% van de werknemers in het kerngebied wonen in het overige deel van West-Noord-Brabant (± 19.000 personen). Als er banen in Moerdijk of Geertruidenberg verdwijnen, heeft dat dus ook hier effect.

De inzet van het JTF in de regio West-Noord-Brabant valt uiteen in drie sporen:

  1. Vernieuwing en versterking van de regionale economie (met focus op proces- en productinnovatie in de biobased en circulaire chemie).
  2. Investeringen in technologie, systemen en infrastructuur (met focus op duurzame
    infrastructuur (te weten elektrificatie, CO2-infrastructuur en circulaire economie) als voorwaarde voor
    toekomstbestendige banen in de groene chemie);
  3. Een wendbare en weerbare beroepsbevolking (met focus op om- en bijscholing van werknemers en werkzoekenden en aantrekken van talent (in het bijzonder jongeren)).

West-Noord-Brabant heeft diverse troeven in huis die economische diversificatie en ontwikkelingskansen mogelijk maken:

  • Er ligt een goede basis aan infrastructuur en verbindingen met andere chemieclusters (via spoor, wegen, en buisleidingen, en via kennisnetwerken) binnen het ARRRA-cluster, al zijn hier ook investeringen in vereist.
  • Er is een sterke combinatie van wereldmarktleiders, innovatief mkb en onderwijsinstellingen in de (maak)chemie en industrie. Er ligt een stevige kennisbasis t.b.v. de transitie naar een groene chemie, met partijen en netwerken als Circular Biobased Delta, Smart Delta Resources, Green Chemistry Campus, Biorizon en Center of Expertise Biobased Economy, en met de R&D afdelingen van bedrijven.
  • (West)- Brabant beschikt over sterke sectoren buíten de chemie – zoals de agri-biobased sector, de maintenance, de logistiek en High Tech Systems & Materials (HTSM) – die bijdragen aan de transitie naar een duurzame chemische industrie.
  • Er bestaan aanwezige opleidingen op het gebied van techniek, chemie en ICT, met grote studentenpopulaties.

Vanuit deze troeven kent de regio ontwikkelkansen voor nieuwe, duurzame banen. De regio zet in op:

  • Transformatie van fossiele chemie naar groene chemie, met duurzame energiedragers en circulaire en (agro)biobased grondstoffen. De groene chemie is een bron van nieuwe, toekomstbestendige werkgelegenheid, die het verlies van fossiele banen in de chemie kan compenseren. De inzet op een biobased en circulaire chemie sluit goed aan op de inzet op de grondstoffentransitie beoogd in de RIS3 Zuid-Nederland.
  • Diversificatie: de transitie naar een groene chemie vraagt om andere (groene) energievoorziening, andere procestechnologie, andere grondstoffen (biobased en circulair), ander onderhoud, veranderingen in productieketens en andere logistiek. De transitie kan daarom alléén tot stand komen in nauwe samenwerking met andere sectoren buiten de chemie. In deze sectoren ontstaat ook nieuwe werkgelegenheid als gevolg van de transitie; zodoende treedt diversificatie van de economie op. Het gaat om:

o Energiesector: met elektrificatie, productie en afname van groene waterstof als speerpunt. Rondom de Amercentrale zijn er kansen om een groene waterstofhub te ontwikkelen.
o HTSM (high tech systems and materials): toepassing van innovatieve en smart technieken ter verduurzaming van de industrie.
o ICT/data: digitalisering geldt als randvoorwaarde voor nieuwe banen in de groene chemie. Waardeketens veranderen compleet: van een lineair en centraal aangestuurd naar een circulair en decentraal model. Dit vraagt om innovaties op het gebied van digitale (smart) industrie. Er is een stevige digitale kennisbasis aanwezig in Brabant; er zijn kansen deze kennis ook in de chemie toe te passen en van daaruit breder te vermarkten.
o Agrisector: als kennispartner, producent en verwerker van biomassa als grondstof voor groene chemie.
o Logistiek: de Brabantse kennis en capaciteit in de logistiek is benodigd om logistieke processen in de circulaire chemie vorm te geven.
o Afval: expertise en capaciteit uit de afvalverwerkingsbranche is noodzakelijk voor de circulaire winning van materialen als grondstof voor de groene chemie.
o Installatie- en maintenance: installaties, systemen en infra in de groene chemie vragen om een andere vorm van aanleg en onderhoud.
o Procesindustrie: hier ontwikkelen zich nieuwe waardeketens gebaseerd op materialen en producten uit de groene chemie.

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief

Nieuws

Agenda

Er zijn momenteel geen aanstaande evenementen.
Menu

VAN IDEE
TOT INNOVATIETRANSITIE UITVOERING

Pauzeer
Jaarverslag Stimulus Programmamanagement 2021

Bekijk hier

Bekijk ons jaarverslag