Op 13 december keurde het programma opnieuw vijf projecten goed: Skills Navigator, Puur natuur: 100% biobased, ZULU, Flexlines en Herinneringen. Met deze goedkeuring wordt, inclusief cofinanciering, in totaal ruim 15.5 miljoen euro in de Vlaams-Nederlandse grensregio geïnvesteerd. Hiervan komt 7.3 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De teller staat zo op 52 goedgekeurde projecten waarmee in totaal ruim 112.3 miljoen euro vanuit het EFRO fonds werd geïnvesteerd in de grensregio.

Skills Navigator

De Vlaams – Nederlandse Delta is goed voor een tewerkstelling van ongeveer 5 miljoen mensen. Door de digitalisering, automatisering en robotisering van de havensector is er een sterk toenemende vraag naar hogere technische profielen. Dit opent enerzijds ongekende mogelijkheden voor alle economische sectoren in en rond de havengebieden, maar anderzijds stelt dit zowel de arbeidsmarkt als het onderwijs voor grote uitdagingen. Wil de regio zijn positie van voorloper in innovatie behouden, dan moet ze de juiste mensen met de nodige ‘21st century skills’ kunnen leveren.

De knelpuntenlijsten van VDAB en UWV benadrukken echter het tekort aan technische profielen. Van onderhoudsmecanicien over technicus tot technisch leidinggevende: het blijft voor werkgevers in de regio problematisch om voldoende geschikte arbeidskrachten met een technische achtergrond te vinden. Omdat te weinig jongeren kiezen voor een technische opleiding en door de groeiende vervangingsvraag als gevolg van de vergrijzing wordt de problematiek alleen maar groter. Met de input van 14 partners zorgt ‘Skills Navigator’ voor een optimale match tussen arbeidsvraag en –aanbod. Daarbij legt ze de focus op het opbouwen van de nodige digitale skills van zowel schoolgaande jongeren als (her)intreders op de arbeidsmarkt tussen 16 en 26 jaar. Voor de deelnemende havengebieden in Antwerpen, Gent, Terneuzen en Rotterdam brengt het project de gevraagde skills van nu en de toekomst in beeld. Werkgevers kunnen daarnaast via verschillende werkgeversarrangementen de brug maken tussen de werkzoekende, de opleiding en de eigen werkvloer. Alle vormen van werkplekleren worden onder de loep genomen, gaande van de werkgever in het leslokaal tot les geven op de werkvloer. Bestaande initiatieven zoals de Jongerenakkoorden in Nederland worden onder de loep genomen, alsook Engage+ in Antwerpen waar werkgevers en jongeren dichter bij elkaar gebracht worden door middel van opleidingen en trainingen bij werkgevers. Gebaseerd op de bestaande ervaringen wordt een gedeelde methodologie uitgewerkt voor het opzetten van nieuwe werkgeversarrangementen in de grensregio. Daarnaast wordt een online vacatureapplicatie voor deze specifieke doelgroep ontwikkeld en geïntegreerd op de websites van VDAB en UWV.

 Thema: 4A – ARBEIDSMOBILITEIT – inclusieve groei
Op een totaal budget van 3.198.968,90€ levert Interreg een bijdrage van 1.599.484,45€ (50%)
Projectverantwoordelijke: Stad Gent, Afdeling Coördinatie

Puur Natuur: 100% Biobased

Vlaanderen en Zuid-Nederland beschikken traditiegetrouw over een grote concentratie van bedrijven in de kunststofverwerkende industrie, vooral in de textiel. Beide regio’s beschikken over veel expertise op het gebied van ontwikkeling en productie van tapijt en kleding. Tegen 2030 wil de sector 20% tot 50% biobased materialen toepassen in haar producten. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de textielindustrie hoogwaardige vezels en garens ter beschikking krijgt op basis van 100% biobased materialen.

‘Puur Natuur: 100% Biobased’ wil duurzame, niet-toxische, biodegradeerbare alternatieven aanbieden op basis van hernieuwbare grondstoffen. Ondermeer Centexbel (Belgisch technisch en wetenschappelijk centrum voor de textielindustrie), Stichting Avans en het toonaangevende Vlaamse textielbedrijf De Saedeleir Textile Platform bundelen hiervoor de krachten. Het project resulteert in de ontwikkeling van biobased weekmakers, brandvertragers, kleurstoffen, stabilisatoren, hechtmiddelen en kiemvormers. Zo zijn bijvoorbeeld kleurintensiteit en stabiliteit de belangrijkste kwaliteitskenmerken voor textiel. Biobased kleurstoffen zijn commercieel nog maar beperkt beschikbaar en ze halen vaak niet de gestelde kwaliteitscriteria zoals bijvoorbeeld lichtechtheid. HZ University of Applied Sciences richt zich op natuurlijke kleurstoffen uit mariene organismen zoals wieren. Avans legt de focus op landbouwgewassen met o.a. sorgum en uienpellen. De ontwikkelde additieven ondergaan in het laboratorium tests waarbij verschillende combinaties worden toegepast via compounding (in gesmolten toestand mengen), extrusie (in gesmolten toestand spinnen tot vezels), coaten, veredelen en verven. Na analyse van de verkregen verbindingen en textielvezels wordt bepaald welke chemische technologie het meest geschikt is voor volledige (100%) biobased textielproducten. Daarnaast worden deze processen op pilotschaal onderzocht en gaan verschillende bedrijven getuft tapijt, kleding, beddengoed en non-woven tapijtrug doorontwikkelen. De biobased additieven, vezels en applicaties worden tevens in de verschillende ontwikkelstadia door middel van een levenscyclusanalyse (LCA) onderzocht op de milieubelasting.

Thema: 3B – MILIEU EN HULPBRONNEN – duurzame groei
Op een totaal budget van 2.900.000,91€ levert Interreg een bijdrage van 1.450.000,46€ (50%)
Projectverantwoordelijke: Universiteit Maastricht, Afdeling Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials

ZULU

Luchtkwaliteit en gezondheid zijn thema’s die erg hoog op de maatschappelijke en politieke agenda staan. De jaarlijkse gezondheidskosten van slechte luchtkwaliteit in Europa worden geschat op ongeveer € 1,5 miljard. Vooral in dichtbevolkte, economisch zeer waardevolle en industriële gebieden komen frequent alarmerende concentraties voor. Aangezien ongeveer de helft van deze vuile lucht kan toegeschreven worden aan verkeer, is een goede luchtkwaliteit van bijzonder belang voor de grensregio Vlaanderen-Nederland als draaischijf voor transport in Europa. De noodzaak is dan ook groot om de verontreiniging aanzienlijk te verminderen. ‘ZULU’ zet zich specifiek in op het verhogen van de binnenluchtkwaliteit.

De huidige toepassingen voor luchtzuivering van o.a. ventilatiesystemen zijn gebaseerd op een fysieke verwijdering van stofdeeltjes door deze op te vangen in een filter. Deze technologie kan enkel grotere partikels opvangen, maar geen ultrafijn stof of gasvormige polluenten. Bovendien worden de partikels niet vernietigd, waardoor het probleem wordt verplaatst en frequent onderhoud of vervanging van onderdelen nodig is. Het toepassen van de beloftevolle nieuwe technologie van plasmakatalyse kan leiden tot een duurzamer en efficiënter alternatief aangezien het polluenten zoals fijn stof, roet, stikstofdioxide of CO2 deels afbreekt. ‘ZULU’ wil deze techniek optimaliseren en marktklaar maken om deze specifiek toe te passen in voorzieningen voor kwetsbare groepen. VFA Solutions en UAntwerpen bundelen de krachten voor de doorontwikkeling van deze techniek. Implementaties zullen gebeuren in een kinderdagverblijf in Antwerpen en een nieuwbouwschool in Den Haag. Als eerste zullen Vlaamse en Nederlandse kinderen kunnen profiteren van deze innovatie. Daarnaast zal onder andere een breed gedragen participatief meetproject in beide steden zorgen voor gedragsverandering bij omwonenden, bezoekers en gebruikers van de betrokken gebouwen.

 Thema: 1B – INNOVATIE – slimme groei
Op een totaal budget van 1.999.134,30€ levert Interreg een bijdrage van 999.567,15€ (50%)
Projectverantwoordelijke: Vlaamse Milieumaatschappij, Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie

Flexlines

Flexibele elektronica (FE) wordt wereldwijd gezien als een veelbelovende technologie omdat het printen van elektronica op dunne substraten en folies nieuwe mogelijkheden creëert. Het opent de weg naar lichte, dunne, flexibele, en draagbare elektronische producten zoals plooibare verlichting en bewegwijzering, herbruikbare sensoren, oprolbare zonnecellen en -beeldschermen. Dankzij deze innovatie kan tegemoet gekomen worden aan grote uitdagingen zoals het beheersbaar houden van de gezondheidszorg dankzij de introductie van slimme pleisters, kunnen slimme verpakkingen logistieke processen verbeteren en zal voedselverspilling afnemen dankzij geprinte sensoren die de kwaliteit meten van voedsel.

Om de FE sector in Europa tot een grotere industriële maturiteit te brengen, is het van belang dat de spelers in deze productieketen intensiever gaan samenwerken. ‘Flexlines’ brengt toonaangevende partners zoals TNO, imec, Brightlands Chemelot Campus, TU/e en de universiteiten in Hasselt, Gent en Leuven samen. Het project wil een state-of-the-art maar stabiele FE pilootlijn uitbouwen. Zo zal ingezet worden op de centralisatie van de verschillende processtappen in één enkele cleanroom op de High Tech Campus in Eindhoven. Er wordt tevens een one-stop-shop operationeel gemaakt waar partners en bedrijven flexibele en goedkope elektronicatoepassingen kunnen laten maken en daarbij kunnen rekenen op op maat gemaakte ondersteuning. Daarnaast worden een aantal concrete showcases ontwikkeld. Een voorbeeld hiervan is de mogelijke integratie van een slim label in de vorm van een sensor of beeldscherm van minder dan één tiende millimeter dikte op papier. Een meer complexe integratie van de techniek omvat een grote oppervlakte met sensoren in een vervormbaar kunststofoppervlak dat gebruikt kan worden om bijvoorbeeld een dashboard in een auto responsief te maken.

Thema: 1A – INNOVATIE – slimme groei

Op een totaal budget van € 4.953.328,82 levert Interreg een bijdrage van € 2.476.664,41 (50%)
Projectverantwoordelijke: TNO

Herinneringen

Neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson, multiple sclerose en de ziekte van Alzheimer staan bekend vanwege de intensieve verzorging en daarbij horende ziekenhuisopnames. Methoden voor vroege diagnose en effectieve behandeling zijn dan ook noodzakelijk om de kosten voor gezondheidszorg te verminderen en de levenskwaliteit van patiënten en hun familie te verbeteren.

‘Herinneringen’ neemt de ziekte van Alzheimer als ‘proof-of-concept’. Bij ongeveer 5 op 100 families waarin de ziekte vóór het 65ste jaar begint, is de oorzaak meestal erfelijk. Er zijn echter jonge patiënten zonder deze genetische risicofactoren, wat doet vermoeden dat nog ongekende genen en/of externe factoren een rol spelen. De meerderheid ontwikkelt echter symptomen op hogere leeftijd, meestal na het 60ste levensjaar. Dit type Alzheimer kent geen genetische achtergrond. Er wordt aangenomen dat hier sprake is van een accumulatie van veranderingen in het genetisch materiaal door ouderdom en beïnvloedbare risicofactoren zoals chemische stoffen (zware metalen, pesticiden, anæstetica) en levensstijl (zwaarlijvigheid). De mechanismen waarmee deze risicofactoren de verdere ontwikkeling van de ziekte drijven, zullen in ‘Herinneringen’ onderzocht en toegepast worden in nieuwe diagnostische methoden en therapieën.

Het project spitst zich onder andere toe op het kunnen stellen van vroege diagnostiek. Zo zal de software van Icometrix, dat oorspronkelijk ontwikkeld werd voor het meten van hersenvervormingen bij multiple sclerosis, aangepast worden voor toepassing op patiënten met Alzheimer. Het principe is dat beelden van MRI-hersenscans omgezet kunnen worden in cijfers, te vergelijken met de cijferwaarden van een bloedtest. Op die manier kunnen meer precieze metingen gebeuren. Deze data worden verder geëvalueerd om de diagnose, opvolging en prognose van Alzheimer te optimaliseren.

Thema: 1B – INNOVATIE – slimme groei

Op een totaal budget van € 2.476.613,03 levert Interreg een bijdrage van € 799.946,01 (32.30%)
Projectverantwoordelijke: ToxGenSolutions

 

www.grensregio.eu