Van nucleair afval naar nieuwe energie: Thorizon bouwt in Zeeland aan de toekomst

Binnen het ZILT-project werkt Thorizon in Zeeland aan een nieuwe generatie kernreactoren: de gesmoltenzoutreactor. Deze technologie kan nucleair afval omzetten in bruikbare brandstof en levert stabiele, CO₂-vrije energie. Projectmanager Coco Polderman vertelt hoe deze ontwikkeling vorm krijgt en waarom juist samenwerking in de regio daarin het verschil maakt. 

Een gesmoltenzoutreactor is een type kernreactor waarbij de brandstof –in traditionele reacotoren het element uranium- is opgelost in vloeibaar zout. Dat zout werkt tegelijk als koelmiddel. De reactor werkt bij hoge temperaturen, maar onder atmosferische druk. Daarmee wijkt deze technologie duidelijk af van traditionele kerncentrales.  

Een belangrijk kenmerk is dat de reactor zichzelf reguleert. Als de temperatuur stijgt, zet het zout uit. Hierdoor neemt de kans op kernreacties automatisch af. Het systeem corrigeert zichzelf continu, wat zorgt voor een stabiele en veilige werking. 

Wat de technologie extra bijzonder maakt, is de brandstof. In plaats van nieuwe grondstoffen kan de reactor draaien op bestaand nucleair afval. Materiaal dat nu vaak voor duizenden jaren wordt opgeslagen, kan zo opnieuw worden ingezet als energiebron. 

Van technologie naar toepassing 

“De techniek is niet nieuw en werd al in de jaren ’60 onderzocht, maar nooit op grote schaal toegepast”, vertelt projectmanager Coco Polderman. “De kennis is er al lang, maar nu komt alles samen om het echt door te zetten,” vertelt ze. 

 Thorizon combineert bestaande inzichten met moderne technologie en nieuwe toepassingen. Het doel is helder: een oplossing bieden voor de groeiende energievraag én het vraagstuk rondom nucleair afval. 

“Wat wij nu afval noemen, is eigenlijk een hele waardevolle energiebron,” zegt Polderman. “Door dat materiaal opnieuw te gebruiken, kan de hoeveelheid langdurig radioactief afval sterk worden verminderd.”  

Tegelijk speelt de technologie in op de behoefte aan stabiele energie. “Vooral in de industrie is een constante toevoer nodig. Wind en zon leveren elektriciteit, ook voor de industrie, maar niet altijd op het moment dat de fabriek het nodig heeft. Industrie heeft ook vooral warmte nodig voor haar processen, en juist daar leveren wij een oplossing: onze technologie levert warmte tot 550°C.” 

Het ZILT-project: bouwen aan de basis 

Het project bevindt zich in een vroege, maar belangrijke fase. De nadruk ligt op ontwerpen, testen en voorbereiden. “Het is een spannend maar heel leuk moment. Momenteel zijn we bezig met de technologie verder uitwerken. Hoe gaan we de prototypes en testopstellingen de komende maanden bouwen? En hoe doen we dat veilig?”  

Daarnaast wordt gekeken naar vergunningen en de stappen die nodig zijn om uiteindelijk een reactor te realiseren. “We brengen het hele traject in kaart, zodat we weten welke stappen nog nodig zijn,” zegt ze.  

Zeeland als voedingsbodem 

De keuze voor Zeeland is geen toeval. De regio heeft al jaren ervaring met nucleaire technologie, onder andere door de kerncentrale in Borssele. Daarnaast zijn er sterke partners actief, zoals Schelde Exotech en EPZ waarmee Thorizon intensief samenwerkt.  

Ook beschikt Zeeland over een netwerk van hightech bedrijven en opleidingsinstellingen zoals Scalda. Samen vormen zij een ecosysteem waarin innovatie kan groeien.  

“Hier komt alles samen,” zegt Polderman. “Je hebt hier de kennis, de industrie en de ambitie om dit soort projecten mogelijk te maken.” Volgens Polderman ligt juist daar de kracht van het project. “Iedereen kijkt met een andere bril naar dezelfde uitdaging. Dat zorgt ervoor dat je samen tot betere oplossingen komt. Dat maakt het werk niet alleen interessant, maar geeft ook veel energie.”  

Ook internationale partners leveren een bijdrage. Daardoor wordt kennis uit verschillende landen samengebracht en toegepast in Zeeland. “Wat we hier doen, heeft impact die verder gaat dan de regio,” zegt Polderman. “We bouwen aan een oplossing die ook in de rest van Europa relevant kan zijn.”  

De rol van het programma JTF 

De samenwerking krijgt een extra impuls door steun van het Europese Just Transition Fund. Met een bijdrage van bijna 10 miljoen euro krijgen de partners de ruimte om samen op te trekken. 

“Dankzij deze ondersteuning hebben we echt kunnen uitspreken: we gaan dit samen doen,” zegt Polderman. “Het project biedt ruimte om technologie te ontwikkelen, maar ook om ervaring op te doen met vergunningen, samenwerking en inpassing in de regio en de technologie nog breder in te zetten.” 

Werken aan een groter geheel 

Voor Polderman is het project meer dan een technische uitdaging. Het draait ook om samenwerking en maatschappelijke impact. Dagelijks werkt ze met partners aan oplossingen die bijdragen aan een duurzamere toekomst.   

De komende jaren staan in het teken van verdere ontwikkeling en het zetten van volgende stappen. Wat nu nog in de ontwerpfase zit, kan uitgroeien tot een belangrijke schakel in de energievoorziening van morgen.